[Column] LS 'Fatbikeplaag'

Tekst: Carolus
28 oktober 2026

Het eerste wat ik hoorde was een irritant gezoem alsof een zwerm horzels het op mij voorzien had. Maar in deze natte herfstdagen zoemen de horzels niet meer zo hard. Toen kwamen ze de bocht om. Een horde van zeker dertig in het zwart gehulde fatbikers vloog in een noodgang over de volle breedte van ons best wel rustige straatje.

Pubers van een jaar of veertien vijftien, enkele meisjes, vooral jongens. Een enkeling haalde zelfs een gedurfde dresssuuroefening uit door alleen op het achterwiel vooruit te steigeren. Ik kon met mijn bladblazer in de hand nog net het vege lijf redden door ons voortuintje in te duiken.
In een vloek en een zucht waren ze voorbij. Net toen ik weer het trottoir opstapte werd ik haast omvergereden door een achterblijvertje dat de aansluiting met het peloton gemist had. Het ventje moest uitwijken, slipte weg en siste mij toe: `Hé, uitkijken ouwe!!’.
Als ik de kans had gehad, had ik hem bij zijn hoodie gegrepen om hem eens duchtig de les te lezen over asociaal gedrag, verkeersregels en zo. Maar het jong was alweer foetsj.

Al bladblazend zakte langzamerhand mijn woede en moest ik aan mijn eigen jonge jaren denken. Was ik, was mijn generatie wel zo braaf?
Grepen wij toen in zeventiger jaren niet elke kans om onder het ‘juk’ van de ‘gevestigde orde’ uit te komen: al die mensen met macht die overal aan de touwtjes trokken? Is de fatbike-vrijheid van nu niet hetzelfde als de bromfiets van toen? Het gevoel van vrijheid om op de Tomos mijn lange wilde haren te laten wapperen bij een ritje over de dijken in de Ooy of Lent. Vooral tijdens al die gespijbelde lessen waarbij ik toch niks kon leren.

Dat afscheid van die saaie gevestigde orde vonden we in de muziek van Jimmy Hendrix, Queen, Pink Floyd en David Bowie, maar ook in de tragiek van Bertus en Tinus in Oerend Hard.
We droegen legerkistjes, legerparka`s of leren jacks, kweekten vlasbaardjes of bakkebaarden van minstens tien centimeter. De bromfiets was het symbool bij uitstek van ons verzet en onafhankelijkheid. Die bromfiets moest wel altijd sneller dan de toegestane 40 km per uur. Met een grotere carburateur, spruitstuk of uitlaat was dat een fluitje van een cent en natuurlijk hartstikke verboden. Gelukkig had de politie nog niet zoveel rollerbanken. Flitspalen waren duur en dus zeldzaam. Met de invoering van de helmplicht in 1975 was het trouwens snel gedaan met de bromfietslol voor de één en de bromfietsplaag voor de ander.

Velen van mijn generatie kregen het stempel van ‘langharig, werkschuw tuig` een ‘lastig volkje, dat moest worden aangepakt’.
Toch is het met die generatie best wel goed gekomen. De lange haren verdwenen, de schooltijd werd met een diploma afgesloten, je volgde braaf een opleiding, ging werken en voordat je het in de gaten had, zat je vast in een huisje-boompje-beestje-leventje en maakte je met een beetje geluk zelf deel uit van die gevestigde orde.

Maar het bromfietsvolkje bleef wel binnen de lijntjes rijden, vooral binnen de bebouwde kom want we kenden onze machine en hadden ooit ons verkeersdiploma gehaald. Wij waren minstens zestien voordat we de brommer opmochten en hielden toch rekening met anderen en vooral ouderen. Je hoorde de bromfiets trouwens al van ver aankomen.

De fatbikers van nu zijn een stuk jonger, onderschatten de mogelijkheden van hun bike, doemen plots uit het niets op en hebben maling aan anderen. Als je niet snel genoeg aan de kant gaat krijg je minstens een hoop verbale bagger over je heen. Of je wordt overhoop gereden en de daders vluchten snel weg.

Wat waren we trots op onze brommer die we met bijbaantjes helemaal zelf bij elkaar hadden gespaard. We poetsten ons juweel tot hoogglans. Hoe zuinig waren we er niet op. Onze ouders wisten dat te waarderen, zuinig als ze zelf waren. Het was helemaal jouw ding waarvoor je zelf verantwoordelijk was. Als je dan een bekeuring kreeg of je brommer in beslag werd genomen hoorde dat ook bij je eigen verantwoordelijkheid. Op medelijden hoefde je niet te rekenen en je kreeg thuis ook nog eens de wind van voren. Het was jouw schuld! Wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten!

De kids van nu krijgen hun fatbike meestal als verjaardagscadeautje van hun ouders, zomaar als speciale verrassing of om van al het gezeur af te zijn. Als er iets misgaat dan schieten die ouders in de verdediging, zoeken de schuld bij een ander en betalen vervolgens de bekeuring en de schade. Ze geloven niet dat hun prinsje of prinsesje een gevaar of lastpost voor anderen kan zijn: ‘Zoiets doet mijn Pietje of Marietje niet!’. Dat speelt niet alleen bij de fabikeproblematiek, maar bijvoorbeeld ook in het onderwijs. Deze `gedoogouders’ willen koste wat kost elke tegenwind bij hun kind weghouden. Zelf zijn ze altijd ‘druk, druk, druk’ en hebben geen flauw benul welke capriolen Pietje en Marietje allemaal buiten hun zicht uithalen.

Carolus overdrijft weer eens. De meeste ouders houden hun kroost goed in de smiezen en steken veel energie in de opvoeding. En niet elke jongere op een fatbike is een aso. Al is het wel treurig voor al die kids die een ongeluk krijgen en er vaak een blijvende hersenschade aan overhouden. Volgens chirurgen stijgen de aantallen schrikbarend.
Nieuwe wetgeving is in de maak met een helmplicht tot achttien jaar die - heel krom - de ouders moeten handhaven. En er komt een minimumleeftijd. Over die leeftijd wordt trouwens nog heel wat gesteggeld. Verder verhogen de verzekeraars hun premies en vergoeden steeds minder schadegevallen.

Net zoals toen komt het met de fatbike-generatie uiteindelijk wel goed.
Ik verwacht dat de ‘fatbikeplaag’ ook weer overwaait net zoals de ‘bromfietsplaag’ en de `scooterplaag’ van enkele jaren geleden.

De jongeren zullen de ‘oudjes’ trouwens wel altijd op de een of andere manier blijven plagen. Da`s maar goed ook. Zo houden ze ons scherp.

Carolus

Meer columns lezen van Carolus? Lees hier de vorige column.


Dit bericht delen:

Advertenties