[Column] LS 'Ons Nimwège Gefuul'

Tekst: Carolus
15 april 2026

Kommende sondag is het weer so ver. Dan trekke mar liefst seuventieneneenhalfdusend suppurters van Enniesee met alleen al 210 busse ien colonne näör Rotterdam veur de bekerfinaole. As se winne is de stad te klein en viert Nimwège drie daoge feest. Kernefal is der dan niks bij. Dan kriege de speulers de ene huldiging näör de andere, steet de Goffert op sien kop, is het burdès van `t stadhuus veuls te klein en wurdt `t un dolle diensdag, wäörop dusende kele aon een stuk deurgesmeerd motte wurde. As se verliese is `t echt hommeles, overal sjagrijn, is `t gelammenteer nie van de lucht en begint het genèùl. Git vast nie gebeure!

Al die supporters van NEC, en wie is dat deze week niet, hopen nu eindelijk, voor de zesde keer bekerfinalekampioen te worden. De Nijmeegse luchten zinderen van spanning en kleuren overal rood, zwart en groen.

NEC haalt met deelname aan deze finale veel meer binnen dan alleen een beker. De club doorbreekt de vele tegenstellingen die er in onze alsmaar groeiende stad zijn. NEC is van ons allemaal en we zijn er trots op. NEC zorgt voor een nieuw ‘Nimwège Gefuul’ dat alle rangen en standen doorbreekt. Met voetballers die wat kunnen, waar hun roots ook liggen. Kleurtjes zijn met hun spel niet belangrijk. Als ze maar kunnen voetballen. Was die inclusiviteit maar overal zo. We `duun het allemaol same en same maoke we er wat van’. Eendracht maakt macht. NEC doorbreekt de bubbels.

Mot dat dan op sien Nimweegs? Nee, natuurlijk niet. Maar het gaat wel sneller. En dan snap je de geschiedenis ook wat beter. In 1900 richtten drie jungskes uit de arme benedenstad, de ‘onderstad’ veur Nimwegeneuren, Guus Lodestijn, Anton Kuijpers en Wouter van Lent voetbalclub De Eendracht op. Ze voetbalden op de Waalkade en de Grote Markt. Een eigen veld hadden ze niet en geld evenmin. De voetballers betaalden een contributie van twee cent per week waarmee nieuwe ballen gekocht werden.

De kapitaalkrachtige burgerij had meer op met het deftige Quick, van oorsprong een cricketvereniging. Het uit Engeland overgewaaide voetbal was begin vorige eeuw vooral een elitesport en die werd daarom door   Quick binnengehaald als ‘trainingsport’ voor de wintermaanden. Enkele fanatieke voetballers binnen Quick vonden al dat elitaire gedoe maar niets en richtten een eigen voetbalvereniging op: NVV, Nijmeegse Voetbal Vereniging.
In 1910 fuseerde die met De Eendracht. NEC, Nijmegen Eendracht Combinatie was een feit. Er volgde een jarenlang strijd om het voortbestaan. Niet alleen op het voetbalveld maar ook om een eigen voetbalveld te krijgen. De noodzakelijke centen om de club overeind te houden werden vooral opgebracht door de Nijmeegse arbeidersklasse. Pas in de dertiger jaren kwam er een voorzichtige kentering. Vanwege de voetbalsuccessen kreeg NEC steeds meer belangstelling van de plaatselijke en regionale pers en werd het voor de Nijmeegse middenstand interessant om de club te ‘sponseren’. Inmiddels was voetbal al lang geen elitesport meer, maar uitgegroeid tot de allerbelangrijkste volkssport. En waar het volk op af komt zijn er centen te verdienen.

Wat de club ook goed heeft gedaan was de min of meer gedwongen verhuizing in 1945 naar het in 1939 geopende Goffertstadion, dat in de dertiger jaren als werkverschaffingsproject met de hand werd uitgegraven: ‘De Bloedkuul’. De Goffert was in grootte het derde stadion van Nederland. De verhuizing was min of meer gedwongen, omdat het voormalige speelveld aan de Hazenkampseweg door de oorlogshandelingen en bouwplannen van de gemeente niet meer beschikbaar was en voetbalvereniging Quick afhaakte vanwege de hoge huurkosten.

NEC heeft haar afkomst en haar band ‘met de gewone minse uut de stad’ nooit verloochend. Ook nu zijn alle liedjes die er rond de wedstrijd van zondag gemaakt zijn geschreven in pure Nimweegse taol. `Al Mot Ik Krupe` van Graodus van Nimwege is zelfs verheven tot het officiële Nijmeegse Volkslied. De inhoud spreekt oude en nieuwe Nijmegenaren meer aan dan het Wilhelmus want de tekst is verbindend voor iedereen die zich in Nijmegen thuis voelt en geeft de essentie van dat ‘Nimwège Gefuul’ perfect weer:

As je ien de vrimde sit en je leest dan ien `n krant
Van die mooie ouwe stad ien `t verre Nederland
Dan kruupt der iets bij je omhoog, dan duut ’t overal pien
Dan denk je dikwijls bij jezelf wat zou ik daor graag sien

Zonder chauvinistisch te worden durf ik te beweren dat je een hele vreemde vogel bent als deze woorden niets met je doen. Dan kun je net zo goed in Almere Buiten gaan wonen.

Geen wonder dat steeds meer Nijmegenaren ‘een bietje Nimweegs’ willen leren. Voor dialect hoef je je niet meer te schamen. En met ons Nimweegs kun je je heel ver komen. Tot ver achter Keulen en zelfs in Kaapstad kun je er prima mee uit de voeten.
De cursus ‘Nimweegs’ op de Lindenberg loopt storm en er is zelfs een wachtlijst.

Komende vrijdag vindt er in de raadszaal van het stadhuis weer een spannende wedstrijd plaats: het Nimweegs Dictee. Wederom georganiseerd door carnavalsvereniging De Waoterjokers die het Nimweegs van oudsher in al haar genen heeft zitten. De zaal is net zoals elk jaar helemaal uitverkocht. De honderdvijftig deelnemers worden welkom geheten door burgemeester Bruls, luisteren naar een in Nimweegs dialect geschreven dictee door Frans Kleinschiphorst. Van 33 woorden moet dan via het multiple-gok-systeem de Nederlandse betekenis in een stemkastje worden ingetoetst. Daarnaast krijgen de deelnemers een hele reeks vragen voorgelegd over de Nimweegse geschiedenis, cultuur en sport. Wedden dat NEC niet ontbreekt.
Net so min as da lekkere hassebassie en hepke näör afloop.

Op zondag trekken de bikkels van het Legio Noviomagum fier naar Rotterdam of bevolken de kroegen en pleinen in de binnenstad. Allemaal  zingen ze in keurig Nederlands:

‘Weer trekken wij ten strijde
Voor ons rood, zwart en groen,
Vechten te allen tijde
NEC wordt kampioen’

Succes, de hele stad staot achter ons clubke!

Carolus

Meer columns lezen van Carolus? Lees hier de vorige column.


Dit bericht delen:

Advertenties