Een paar weken terug kwam de Quote-500 weer uit: de eredivisie van de zelfverrijkers in ons land. Bovenaan stond iemand waar ik nog nooit van gehoord had: Jean-Louis van der Velde met een geraamd vermogen van 17 miljard. Ik ben niet heel goed thuis in het wereldje van de superrijken, dus dat het voor mij een onbekende naam was, zegt dan ook niet zoveel. Maar ook voor doorgaans goed ingevoerde kenners van de eredivisie van graaiers was dit een verrassing. Hij heeft dat geld verdiend met de cryptohandel, een wereldje dat sowieso nogal ondoorgrondelijk is en dat verklaart zijn onbekendheid waarschijnlijk. Miljarden verdienen doordat anderen denken dat een paar cijfercodes alleen maar meer waard worden, het blijft bijzonder.
Dan snap ik de handel van nummer twee, de dochter van Freddy Heineken, beter: zij produceert tenminste nog iets concreets: bier. Daar kun je van vinden wat je wilt maar je kunt het in elk geval vasthouden en zelfs opdrinken.
De fascinatie voor de superrijken blijft iets bijzonders. Natuurlijk zit er een vleugje afgunst achter, maar ook een oprechte vraag: wanneer is het genoeg?
Als je je eerste miljoen binnen hebt, wil je blijkbaar een tweede, daarna een derde en daarna is het doel om ook in die top 500 te komen. En dan? Misschien is er ook een internationale top zoveel, met Musk op eenzame hoogte. Dan ben je zo rijk dat je denkt dat je een hele democratie kunt opkopen. De verkiezingen deze week in de VS hebben – gelukkig – bewezen dat zelfs de honderden miljoenen die Musk over de balk heeft gegooid daar, in een wanhopige poging om de Republikeinen (lees: Trump) aan de macht te houden, niet hebben geholpen.
Het moet een treurig leven van onze supergraaiers. Marten Toonder schreef er al over in zijn onvolprezen “De Bovenbazen” in 1963: “Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en andere hebben alles. Wanneer men niets heeft, is het mogelijk om meer te krijgen – voor dat soort mensen is het leven eigenlijk een pretje. Maar iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. In plaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die voor hem overblijft. Zulke stakkers leiden een kommervol bestaan, gevuld met zorgen en kwalen.”
Een flinke belastingaanslag zou dan alleen al uit humanitaire overwegingen een weldaad zijn, maar vreemd genoeg zijn er partijen in dit land die loon op werk wel fors willen belasten maar inkomen uit graaien niet. Een onmenselijke en onwenselijke aanpak is dat.
Toen een goede vriendin me onlangs onthulde dat zij sinds kort miljonair was geworden door twee erfenissen, sloeg de schrik mij om het hart: als zij niet ook maar diezelfde kant opgaat…..
Inderdaad meldde zich meteen een medewerker van haar bank om haar de weg te wijzen door de belastingregels heen naar een oord waar de belastingen nagenoeg nul zouden zijn.
Gelukkig wees ze hem de deur en besloot ze een groot deel te schenken aan goede doelen en van de rest gewoon een lekker leventje te leiden. Ze laat haar geld rollen, maar dan de goede kant op, richting de samenleving.
Lees hier de vorige Peinzel van Peter.
