[column] LS Het sprookje van Prinsjesdag

Tekst: Carolus
16 september 2026

Gelooft u nog in sprookjes? Gisteren kregen we er als kleine kinderen weer eentje voorgeschoteld. 
Er was eens, in het verre, pluche Den Haag, een magisch koninkrijk. Eén keer per jaar op de derde dinsdag van september openen de paleisdeuren zich voor het ultieme sprookje van Prinsjesdag.

Gisteren was het weer tijd voor die jaarlijkse traditie. De koning en koningin stapten in hun Glazen Koets om zich te laten toejuichen door duizenden zwaaiende onderdanen. Heren hulden zich in een al dan niet gehuurd jacquet - je weet immers nooit hoe vaak je zo`n pinguïnpak nog nodig hebt . En de dames zetten na maandenlang zoeken en creatieve handenarbeid - spiegeltje, spiegeltje aan de wand - hun meest extravagante hoedjes op.

En zo luisterden ze allemaal naar de Koning die met weggeschminkt schaamrood op de kaken zijn Troonrede voorlas. Deze keer lag de nadruk op de ambities van de regering voor de toekomst en minder op de hoogstwaarschijnlijk onhaalbare plannen voor het komend jaar. Maar het blijft een sprookje zonder enkel zicht op een ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Leve de Koning, Hoera, Hoera, Hoera!

Maar wie naar dit Haagse toneelstuk kijkt, ziet al snel dat de glitter en glamour een bittere realiteit verbergen. Het sprookje van Prinsjesdag is dit jaar namelijk behoorlijk besmeurd met politieke modder en de hoofdrolspelers lijken zo te zijn weggelopen uit de Efteling.

Het begon al weken geleden, toen de magische glazen bol van het kabinet barsten begon te vertonen. De uitgelekte miljoenennota lag al vroeg op straat. Niks geen koninklijke verrassingen uit het Prinsjesdagkoffertje. Geen geld meer dat tegen de plinten klotst. De burger weet allang dat de koopkracht er voor bijna iedereen op achteruitgaat. Daar zorgen de  Altijd Boze Grote Amerikaanse Wolf en inhalige Energiereuzen met hun Rupsjes Nooit Genoeg wel voor. Die hebben maling aan de typisch Hollandse koopkrachtcijfertjes voor of achter de komma.

De onenigheid in het minderheidskabinet maakt het er niet sprookjesachtiger op. De bewindslieden gedragen zich als Pinokkio: ze beloven gouden bergen en een stabiel landsbestuur, maar met elke valse belofte groeit de politieke neus een stukje verder. Het was een pijnlijk getouwtrek tussen de regeringspartijen, - knibbel, knabbel knuisje, kom niet aan mijn huisje -  waarbij hete hangijzers met moeite zijn geparkeerd om de lieve vrede te bewaren.

En alsof de interne ruzies nog niet genoeg zijn, stuit de coalitie op de starheid van de oppositie. Deze politieke opponenten hebben zich ontpopt tot de Boze Stiefmoeders van het Binnenhof. Ze hebben hun hakken diep in het zand gezet en gunnen het kabinet geen enkel succes. De Prinsjesdagplannen waren nog niet eens officieel gepresenteerd of ze scandeerden in koor al een bitter en resoluut 'nee, bedankt', alsof ze de giftige appel al hadden klaarliggen.

Er zijn veel te veel spelers  - nu al 17  in de Tweede Kamer -  die aan de touwtjes van de Haagse poppenkast trekken en halsstarrig alleen maar willen vasthouden aan hun eigen verhaaltjes. Er is geen touw meer aan vast te knopen. Voor een goede verhaallijn heb je alle handen nodig. De zes handen van de drie coalitiepartijen zijn daarvoor te weinig dus zijn ze driftig op zoek naar helpende handjes of die nou rechts of links zijn. Zolang die zich maar niet al te populistisch rechts of links als Rattenvangers van Hamelen manifesteren. De helpende handjes moeten uit de middenpartijen komen. Maar ook die partijen met voorop PRO en Ja 21 willen koste wat kost niet tegemoet komen aan de kabinetsplannen waarvan de scherpe kantjes inmiddels al zijn afgeslepen. Zo helpen ze de Nederlandse polderdemocratie - elkaar ergens in het midden vinden - om zeep.
De gevolgen hiervan zijn pijnlijk voelbaar. In plaats van daadkrachtig bestuur krijgen we een periode van totale besluiteloosheid en politieke verlamming. Grote, noodzakelijke hervormingen worden vooruitgeschoven, terwijl de burgers, de Assepoesters in dit verhaal, al het vuile werk mogen opknappen en hoe dan ook de rekening mogen betalen.

Het logische resultaat van al dit Haagse theater? Een sterk afgenomen vertrouwen in de politiek. De burger haakt massaal af. We zien geen leiders die het land vooruithelpen, maar ministers en Kamerleden die vooral druk zijn met hun eigen politieke overleving. Het geloof dat Den Haag er écht zit om de problemen in de samenleving op te lossen, is tot een historisch dieptepunt gekelderd.
De uiterst rechtse en linkse Rattenvangers van Hamelen spinnen er garen bij.

Wat een contrast met ons eigen Nijmeegse stadhuis. Terwijl ze in Den Haag rollebollend over het Binnenhof gaan en een wankel minderheidskabinet overeind proberen te houden, bewijzen we in de oudste stad van het land dat het anders kan. Of nou ja, anders... hier hebben we te maken met een heel ander soort sprookje. In Nijmegen regeert namelijk geen broos minderheidskabinet, maar het ijzersterke machtsblok van coalitiepartijen PRO en D66.

Zij manifesteren zich inmiddels als de Reuzen uit Klein Duimpje: met zevenmijlslaarzen denderen ze door de stad en drukken ze met een comfortabele meerderheid hun progressieve stempel door. En dat zorgt voor héle andere hete hangijzers. Ik noem slechts het omstreden parkeerbeleid, de complexe daklozenproblematiek, achterstelling van hele woonwijken en het gegraai in de gemeentelijke spaarpot om alle nobele groene en culturele idealen toch te kunnen betalen. 

Ondanks felle kritiek van bewoners, ondernemers en oppositiepartijen die zich niet gehoord voelen, walst de progressieve trein gewoon door. Inspraak? Dat lijkt soms net zo'n grote fabel als de Troonrede.

Carolus

Meer columns lezen van Carolus? Lees hier zijn voorgaande column.


Dit bericht delen:

Advertenties