‘Ien Knotsenburg blief je plekke’, in Knotsenburg blijf je plakken, is het carnavalsmotto van dit jaar. Met andere woorden, het is zo gezellig, dat je er niet meer weg wilt. Je blijft hangen tot in de vroege uurtjes, totdat de lampjes in de laatste kroeg uitgaan. En dat is niet eenmalig, dat doe je jaar in jaar uit, elke keer opnieuw. Een verslaving waar je niet van af komt, ook al ken je de afloop. De morgenstond heeft geheid een kater in de mond.
De echte Knotsenburgers kennen dat gevoel dat je voor geen goud wilt missen ook al waarschuwen je gezond verstand en je lijf je al dagen van tevoren: ‘Ik bin so muui als `n maoi, ik denk nie da ik gaoi, naor `t kernaval ien Knotsenburg’. Zo bezongen ‘De Vraogtekes’ Theo Berendsen en Frans Wolf het heel toepasselijk in hun carnavalskraker uit 1989. Theo en Frans gaan 36 jaar later nog steeds. En hoe!
Voor hen en honderden carnavalisten is het niet anders. Dan krijgen ze de kriebels in hun lijf en weg zijn ineens alle goede voornemens. Theo en Frans hebben al jaren lang hun vaste plakplek bij café Goossens waar zij het authentieke ‘kernevalsgevuul’ niet alleen als een levenselixer ‘opslurfen’, maar ook nog steeds uitdragen, want ‘oud van jaoren, jong van hert`. In die kroeg wordt trouwens alleen maar originele carnavalsmuziek gedraaid. Er zijn al ruim 300 Knotsenburgse carnavalsliedjes met een eigen top 111, dus meer dan genoeg voor een avondvullend programma. Hooguit gaan de ‘hendjes’ nog af en toe de lucht in, maar voor ‘van links naar rechts` is echt geen plek. En een Engelbewaarder op je schouder heb je daar niet nodig, want die staat naast je of in ieder geval in de buurt. Carnaval vier je immers met je vrienden!
En zo zijn er gelukkig heel wat kroegen waar je lekker kunt blieve plekke. En bij mooi weer plek je gewoon verder op straat en sta je hooguit in de confettiedrap of een andere mix van andere ondefinieerbare slijmerige smurrie. En misschien vind je daar ergens je lief voor het leven waarvan je nooit meer loskomt.
Op het terras van De Derde Kamer hoor je niet anders dan ‘wat kan het verrekke al kom je vol vlekke, Bavaria`, als Knotsenburgse variant op het aloude Faria, Faria. Vervolgens de hoek om de Grote Straat in. Het bovenste gedeelte ‘dat wat nog nie is afgebroke’ is gelukkig geen ‘snuiversplek` meer. Dank zij de inzet van Le Café wordt het een carnavalsparadijsje waar de Korte Putstaat in Oeteldonk jaloers op is. Dan recht door, linea recta via de Broerstraat de Molenstraat in. Aan het eind huizen de Waoterjokers bij wie het spelletje van oudsher in de genen zit.
Dan weer rechtsaf. Voor de Shamrock ontstaat er spontaan een plekpleintje. En dan ga je natuurlijk naar café De Gezelligheid waar de Feestplekkers hun home hebben. Je kunt de hele route natuurlijk andersom doen en alle tussenstraatjes met alle andere kroegen meenemen. Knotsenburg heeft veel leuke plekjes waar je lekker kunt blijven kleven! Hoezo geen straatcarnaval in Knotsenburg? Ga mee op ontdekkingsreis tijdens het Feurdweile en Van Café naar Café en dan hoef je daarna nooit meer lang te zoeken!

En toch is het volgens vele jongeren niet druk en gezellig genoeg. Gehersenspoeld door de beelden uit Oeteldonk Den Bosch, Lampengat Eindhoven en Kruikenstad Tilburg, weten ze geen raad om Knotsenburg te ontvluchten. Die steden trekken zich nu de haren uit het hoofd omdat carnaval in hun stad ontaardt in een ‘midwinterfestival’ of ‘vroegvoorjaarsfestival’ met ‘bovendijkers’ die komen ‘aftanken’ op de herrie van Hollandse herriemuziek. Snappen die het feestje wel? Het is al zo erg dat de Nijmeegse boa`s naar Den Bosch worden gestuurd om daar de orde te handhaven!
De subtiele humor en oude tradities van carnaval raken steeds meer op de achtergrond. Goed voor de omzet van de kroegbazen, maar slecht voor de toekomst. De ouderwetse plekkers haken ook in Brabant overal steeds meer af en vinden carnaval ‘nie mer plesant’.
Wat zijn dan de Knotsenburgse tradities? Knotsenburg is van oudsher de stad van veelal plekgebonden carnavalsverenigingen. Ooit waren er haast veertig van hele grote tot hele kleintjes. En die hadden allemaal verspreid over alle buurten en wijken van de stad een eigen honk in een café, wijkcentrum of clubhuis. En al die verenigingen organiseerden vooral voor hun eigen leden en achterban feestjes volgens de Rijnlandse traditie. Met een raad van elf, ludieke en stijlvolle pronkzittingen, dansavonden, kindermiddagen en sociale avonden in de bejaarden- en ziekenhuizen. Daarmee hebben al die verenigingen heel wat bijgedragen aan de sociale cohesie in hun eigen wijk. Maar slechts enkele kwamen van hun plakplek in de wijk af en wisten die met het centrum te combineren. De clubkes die niet meegingen bestaan nou niet meer!
Die wel van hun kruk afkwamen deden mee aan de door de Stichting Openbaar Carnaval georganiseerde activiteiten voor de hele stad. Het Carnavals Schlager Festival van Kiek ze Kieke, waar al die Nimweegse carnavalsliedjes werden geboren. De Prinsenproclamatie waar de verenigingen het beste lieten zien wat zij op creatief gebied in huis hadden. De Sleuteloverdracht in het Stadhuis dat haar deuren wagenwijd openzette, de Optocht op zondag, een lopende Ummegang toen nog op dinsdag gevolgd door de Boerebrullof. Alle blauwe plaatsnaamborden met Nijmegen werden tijdens het `Burdjesverhangen` vervangen met Knotsenburg. Maar het bleef altijd een combinatie van binnen en buiten. De Nijmeegse burgers stonden zich rijen dik te vergapen aan de Knotsenburgse humor die in de optocht voorbij trok. Maar wel in hun zondagse kloffie. Ze hosten niet echt mee, terwijl het wel behoorlijk kriebelde. Maar een echt straatcarnaval…?
Uiteindelijk werd buiten toch vooral binnen. Met een Hostent, nu het Marikenpaleis, een Spiegeltent en zelfs een Jongerentent. Voor elk wat wils en ‘altied lekker werrem’! Vanwege al die tenten haakten wel veel kroegbazen af.
Het Kolpinghuis werd het onmisbaar middelpunt voor Knotsenburg. Daar konden alle inmiddels `stadse` verenigingingen met al hun activiteiten altijd terecht! Denk bijvoorbeeld aan de Herenzitting, de Dameszitting en de Boerebrullof. Nou is het ermoei en wordt het gezellige Knotsenburg ‘verbannen’ naar de afgelegen betonnen bunkers van de Vasim. Da`s daar zo glad dat je niet eens kunt blijven plekke al zou je willen.
De ouderwetse Optocht komt terug, maar het Marikenpaleis verdwijnt volgend jaar. Dus noodgedwongen meer buiten dan binnen! Dat kan zo maar voor nieuwe impulsen zorgen. Nieuwe uitdagingen en nieuwe kansen voor nieuwe bestuurders die nog niet helemaal zijn vastgeklit aan hun ooit verkregen of zelfverklaarde onmisbaarheid. Wedden dat die frisse jongens en meiden al in startblokken staan te dringen om Knotsenburg over te nemen en buiten de oude lijntjes opnieuw in te kleuren. Met meer aankleding, versiering en dweilmuziek in de binnenstad. Met meer carnavalsplekskes aan de Waolkaai, de Hezelstraat en het Faberplein. Met misschien wel een ouderwetse Spiegeltent voor het casino. Die goktent heeft trouwens zalen genoeg voor een stukske binnencarnaval. En misschien wel met een Prinses Carnaval die in Knotsenburg eigenlijk al lang ‘over tijd’ is?
Zoals Jeugdprins Rover in zijn motto verwoordt: ‘Blieve plekke, de jeugd verbindt, dat is waar het Knotsenburgs carnaval begint!`.
Ik heb er alle vertrouwen in. Het carnavalsgras buiten Knotsenburg is echt niet groener en misschien wel nep. Als je het Knotsenburgse gras ooit geroken heb komt er een moment dat je terug wilt. Je komt er nooit van los. Het ‘blieft plekke’!
Carolus
Meer columns lezen van Carolus? Lees hier zijn voorgaande column.
