Onder veel anderen waren burgemeester en wethouders aanwezig bij de herdenking op de Kitty de Wijzeplaats en later bij de kranslegging bij de Keizer Traianussingel. De toespraak van de burgemeester daar luidde als volgt:
"Beste Nijmegenaren,
Elk jaar raakt het mij, en maakt het mij als burgemeester trots, dat u hier weer met zovelen naartoe bent gekomen. Van harte welkom. Vandaag herdenken wij samen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Ook onze stad werd in 1940-1945 zwaar getroffen. In het bijzonder door het geallieerde bombardement op de binnenstad in februari ‘44. En daarna volgden nog maanden van gevecht, toen onze stad aan het front lag. In totaal werden 5000 huizen verwoest, bijna een kwart van alle Nijmeegse woningen destijds, en 13.000 huizen raakten ernstig beschadigd. Ruim 2200 Nijmegenaren overleefden de oorlog niet en er vielen 10.000 gewonden. Op een bevolking van destijds 100.000 zielen, zijn dat forse aantallen.
Vandaag herdenken wij, zoals elk jaar op 4 mei:
- de Joodse, Roma-, Sinti- en LHBTIQ+ slachtoffers van het Duitse regime;
- de mensen die in verzet kwamen tegen onverdraagzaamheid, uitsluiting en terreur;
-het koopvaardijpersoneel, en militairen die zich hebben ingezet voor de vrijheid en rechten van anderen;
- en alle burgerslachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Japanse bezetting en de koloniale oorlog.
Naast de Nijmegenaren die rechtstreeks slachtoffer werden in de oorlog, werden nog vele mensen op andere wijzen geraakt en getraumatiseerd, soms nog generaties daarna. Het is belangrijk dat wij hierbij blijven stilstaan. Dat wij weten waar we als mensen, als stad en als land vandaan komen. En dat wij deze verhalen kennen, zodat wij hieruit kunnen leren.
Het nationale thema van de 4 mei herdenking dit jaar is dan ook ‘de geschiedenis begrijpen’. Want in een geschiedenisles wordt oorlog al gauw samengevat tot feiten. Wat er achter die feiten schuilt, zijn miljoenen persoonlijke verhalen. Wat mij betreft is de geschiedenis begrijpen nog te rationeel. Herdenken gaat verder dan dat. Pas als je je in kunt leven, mee kunt voelen met het menselijk leed achter oorlogsgebeurtenissen, kun je dat vertalen naar het voorkomen van haat in het heden.
Het is dit jaar 80 jaar geleden dat het Neurenbergproces gaande was. Voor een internationaal gerechtshof vond een lang berechtingsproces plaats van hoge Nazi-leiders, verdacht van zware misdaden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De aanklager omschreef zijn taak als dat deze mannen “veroordeeld en bestraft moeten worden, omdat het zo berekenend, boosaardig en vernietigend is geweest, dat dit niet genegeerd kan worden. Alleen al om herhaling te voorkomen.”
Door zich na de oorlog als geallieerde landen te verenigen, wilde men die herhaling concreet helpen voorkomen. Na 1945 en de Neurenberg-processen ontstond er een nieuwe wereldorde met spanningen tussen de westerse landen en de Sovjet-Unie.
De NAVO en de Verenigde Naties werden toen opgericht, om te zorgen voor gezamenlijke veiligheid en vrede, en een systeem dat individuele verantwoordelijkheid en mensenrechten centraal stelt.
Toch vraag ik mij af, in de tijden waarin wij nu leven, of we er wel echt van hebben geleerd. Of we sommige rode waarschuwingsvlaggen uit de geschiedenis niet vandaag de dag opnieuw zien wapperen. Of wij het ‘dit nooit weer’ ook echt handen en voeten geven; door actie te ondernemen, op te staan, in verzet te gaan, als we vergelijkbaar berekenend, boosaardig en vernietigend gedrag zien gebeuren.
Op het wereldtoneel staan menselijkheid en rechtsbescherming niet voor iedereen voorop. Misschien beseffen wij ons in Europa niet genoeg, dat wij de afgelopen 80 jaar geluk hebben gehad. Dat er om ons heen steeds meer leiders zijn, die andere afslagen kiezen. Macht is het probleem niet, de keuze is hoe je die inzet. In dat speelveld moeten wij ons leren weerbaarder op te stellen, zonder in hetzelfde gedrag te vervallen.
Ik denk ook dat we de ware gruwelen van de oorlogsgeschiedenis, waarvan veel (maar nooit alles) tijdens het Neurenbergproces naar voren kwam, nooit echt zullen begrijpen. Tenzij je het zelf hebt meegemaakt.
Daarom neem ik u nu even mee naar Nijmegenaren in oorlogstijd, die dit wél aan den lijve hebben ervaren. Wat maakten zij mee? Twee kleine, persoonlijke verhalen over keuzes die mensen maakten, tekenend voor grotere fenomenen in oorlogstijd.
Aan het begin van het schooljaar in 1941 maakte de bezetter bekend dat Joodse kinderen niet meer naar openbare scholen mochten. En dat Nijmeegse scholen hun Joodse leerlingen moesten melden.
Direct liet het bestuur van het jongenspensionaat Jonkerbosch weten ‘één leerling van Joodschen bloede’ te hebben. Eduard Grödel was de eerste Nijmeegse leerling, die door zijn school als Joodse leerling werd opgegeven. Er zouden nog vele volgen. Toch werkten niet alle scholen mee. Het bestuur van de Christelijke Scholen op de Klokkenberg besloot dat ze uit principe geen antwoord zou sturen. Ook de Huishoudschool aan de Groesbeekseweg weigerde mee te werken.
De jonge leerling Edy Grödel werd in 1942, bij de grootscheepse deportatie van Joden, door een broeder op pensionaat Jonkerbosch meegegeven aan een Nijmeegse NSB-politiecommissaris. Hij stierf bij aankomst in Sobibor.
Het is vreselijk en zeer beschamend te weten dat ook de gemeentepolitie en ambtenaren destijds betrokken waren bij de deportatie van 196 Joodse Nijmegenaren. Daar heeft ons gemeentebestuur eerder ook excuses voor uitgesproken.
Er waren gedurende de oorlog gelukkig ook vele moedige Nijmegenaren die met kleine én grote daden in verzet kwamen tegen de onverdraagzaamheid, uitsluiting en terreur.
Historicus en leraar geschiedenis Victor Beermann was in de oorlog een belangrijke verzetsman in onze stad, die actief betrokken was bij hulp aan onderduikers. Hij raakte al vroeg betrokken bij het verzet via de Nederlandse Unie. Toen deze organisatie verboden werd, ging hij door in het geheim.
Hij hielp bij het organiseren van onderduik voor mensen die gevaar liepen (zoals Joden en verzetsmensen) en werkte mee aan illegale verzetskranten. Tot hij in 1943 zelf moest onderduiken in Nijmegen omdat het te gevaarlijk werd.
Hij liet zijn strijd niet los en bleef ook na 1945 betrokken bij het levend houden van de herinnering aan het verzet. Ik denk dat hij niet voor niets daarna zijn carrière voortzette bij de Verenigde Naties en zich bezighield met vluchtelingenhulp. Zijn leven lang heeft hij zich als individu ingezet voor gerechtigheid en redde daarmee vele levens. In Lent is een straat naar hem vernoemd, de Victor Beermannhof.
Zoals ik al zei, beseffen we méér wat oorlog betekent, als we verhaal en beeld bij geschiedenisfeiten krijgen. Daarom is het zo goed dat de stichting Stolpersteine zich al vele jaren inzet om de verhalen van Joodse en andere Nijmeegse oorlogsslachtoffers op een indrukwekkende manier tastbaar te maken: met een herdenkingssteen voor hun laatste woning en daarbij het verhaal achter deze personen. Ook de website Oorlogsdoden geeft de slachtoffers een gezicht.
Oorlogsverhalen zijn een optelsom van leed, slechtheid en onmenselijkheid, maar tonen ook aan dat de mens uitzonderlijke moed uit medemenselijkheid in zich heeft.
Beste mensen,
wat mij betreft is herdenken daarom niet alleen terugblikken.
Het verplicht ons om iets met die kennis over het verleden te doen.
Dat we ons, waar we kunnen, inzetten voor medemensen in een bedreigde positie.
We mogen rode waarschuwingsvlaggen niet negeren.
Ons eigenbelang mag niet het belang van de mensheid overstijgen. Aan het eind van de rit moeten we rekenschap kunnen afleggen over de keuzes die we in ons leven hebben gemaakt, naar anderen en ook naar onszelf.
En het zal niet altijd makkelijk zijn om de rug recht te houden. Zeker als we op willen staan tegen mensen die het verkeerde pad op zijn gaan, en macht willen afdwingen.
Ik denk dan aan het gedicht ‘Muurbloem’ uit 1940 van Bertus Aafjes:
Er zijn vele wegen,
maar de juiste weg
is de weg ertegen;
niet de weg er onder,
dat is onderkruiperij;
niet de weg erover
dat is pluimstrijkerij,
maar de weg er tegen,
tegen alle wegen in
en dat is van de wijsheid
nog maar het begin.
We kunnen als mensen heel veel voor elkaar betekenen. Ons gedrag kan het verschil maken. Ik wens ons allen, en zeker ook regeringsleiders, toe dat we op het juiste moment de juiste keuze weten te maken. En dat we de moed hebben om dan het pad te kiezen, dat naar menselijkheid en rechtvaardigheid leidt.
Vandaag herdenken we iedereen die zich toen en nu heeft ingezet voor vrijheid en voor de medemens in oorlogstijd. En alle slachtoffers van oorlogen en conflicten waar dan ook. Zij zijn en blijven in onze gedachten. Dank voor uw aanwezigheid."