Logopedisten Maaike Thissen en Marjolein Looman‑Bruijstens hebben onderzocht of een aanwijskaart meerwaarde heeft als ondersteunend communicatiemiddel (OC) in de acute klinische zorg voor patiënten die moeite hebben met communiceren. Ze hebben hun bevindingen in een artikel gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Logopedie.
In de revalidatiefase weten we dat ondersteunende communicatie (OC) het meest effectief is wanneer dit gepersonaliseerd is en goed aansluit bij de patiënt. Maar in de acute fase is personaliseren vaak tijdrovend — en wat vandaag passend is, kan morgen alweer achterhaald zijn door het veranderlijke beloop.
Maaike en Marjolein delen in het artikel de meerwaarde van de aanwijskaart in de acute fase en praktische tips voor mensen die een aanwijskaart inzetten. Juist in deze fase kan een laagdrempelig hulpmiddel verschil maken.
betere communicatie tussen patiënt en zorgprofessional;
een positieve ervaring: de patiënt voelt zich beter begrepen en houdt meer regie;
een aanvulling op andere hulpmiddelen, zoals een letterkaart.
Gebruik een basis aanwijskaart in de klinische setting.
Beperk het gebruik niet tot patiënten met afasie. De kaart is ook van meerwaarde bij spraakapraxie, dysartrie, cognitieve communicatieproblemen en afonie.
Gebruik de aanwijskaart ook als zorgverlener of naaste om jezelf in gesprek te verduidelijken.
Evalueer regelmatig met de logopedist of de aanwijskaart nog passend is, communicatiemogelijkheden veranderen vaak.
In het kort
Dit onderzoek bevestigt dat een aanwijskaart van meerwaarde is voor patiënten met ernstige communicatieproblemen in het ziekenhuis in de acute fase. De aanwijskaart is ook van meerwaarde zonder dat deze is gepersonaliseerd en zonder dat de patiënt getraind werd in het gebruik hiervan. Dit maakt het een waardevolle ondersteuning voor patiënten, naasten en zorgprofessionals.