Twee herdenkingen rond V1-bominslag Waterkwartier

Van onze redactie | Fotograaf: Ger Neijenhuyzen
18 februari 2023

Burgemeester Bruls was op zaterdagochtend 18 februari aanwezig bij de herdenking van de V1-bominslag in het Waterkwartier in 1945. Daarbij vielen vier dodelijke slachtoffers: Johanna Migchielse Brouwer, Gerard van de Broek, Truus van Emmerik en Fransje Dams.

De burgemeester legde namens het stadsbestuur een krans bij de herinneringsplaquette. Uiteraard waren er ook veel wijkbewoners en vertegenwoordigers van organisaties uit het Waterkwartier bij de herdenking.

 Baisschool De Aquamarijnschool adopteerde de herdenkinsplaats
Afgelopen donderdag 16 februari hadden de kinderen van de Aquamarijnschool hun jaarlijkse herdenking.

De basisschool heeft deze herdenkingsplaats sinds 2010 geadopteerd. Dit jaar was René Engelen aanwezig.

Hij vertelde het verhaal van zijn vader die toen net zo oud was als de kinderen die er nu bij waren, en er werd aandachtig naar zijn verhaal geluisterd - en vooral het zakhorloge tevoorschijn kwam. Lees hieronder zijn indrukwekkende verhaal.

----------------

Beste aanwezigen,

Ik ben René Engelen, zoon van mijn op 9 april 2021 overleden vader Jos Engelen. Vandaag vertel ik het verhaal dat mijn vader als jongen van 15 jaar heeft meegemaakt bij de V1 bominslag. Hij woonde hier in de Biezenstraat op nummer 145 aan deze kant van de straat.

Hier in de buurt lag een vijver, de Rietbaan noemde ze die. Ook in de winter van 1945 was deze vijver bevroren en schaatsten de mensen daar. Van daaruit zagen de buurtbewoners regelmatig de V1's overvliegen. Die hadden een speciaal soort motorgeronk en maakten een ratelend geluid. Zij kenden dus het geluid dat de overkomende V1's maakten goed. Joop en Bert, de twee broers van mijn vader, zaten in Duitsland door de Arbeitseinsatz en zij waren dus niet thuis.
Martien, de vriend van zijn oudste zus Annie, was blijven slapen.

Mijn opa was stoker-machinist bij de oude centrale en had op de bewuste zondag een lange dienst van zes uur 's ochtend tot zes uur 's avonds. Hij was al om 5 uur op en mijn vader was ook wakker en hoorde een geluid dat horen en zien verging. De knal, de ontploffing, oh dacht mijn vader ….. da's een vliegende bom.

Hij lag in een éénpersoonsbed, de twee bedden van zijn broers stonden leeg. Na de inslag riep Martien (de vriend van mijn vader zus, genaamd Annie) : "Jos kom eruit, sta op". Mijn vader lag in bed onder dik gestikte dekens en kon er bijna niet uitkomen, want er lag allemaal puin op zijn bed. Hij riep: "Ik kom niet naar beneden." Hij was halverwege de trap en zakte in allemaal puin. Martien zei: "Kom, we springen naar beneden" waarop mijn vader antwoorde: "Dat kun je niet doen, want het is donker en je kunt niet zien waar je terecht komt. Nu zijn we nog goed." Martien heeft het toch gedaan en is naar beneden gesprongen en had daarbij zijn enkel verstuikt.  Zijn  zus Annie lag in de slaapkamer aan de achterkant en die kamer is naar beneden gestort en zij lag onder het puin. Martien wilde haar zo snel mogelijk gaan redden. Hij moest ook weleens in Duitsland werken en hij had al eens bombardementen meegemaakt en daarom wist hij gelukkig wat hij moest handelen.

De moeder van mijn vader, mijn oma dus, lag boven in bed en ook zij is met bed en al naar beneden gevallen doordat de vloer inzakte. Mijn vader dacht toen dat hij er ook uit moest zien te komen, maar hij heeft een poosje gewacht totdat het licht was. Toen hij uiteindelijk beneden kwam vroeg hij zich af waar zijn opa (mijn overgrootvader) van Ekeren was.

Hij dacht dat hij nog in de slaapkamer zou liggen en hem eruit moest halen. Zijn opa sliep in de slaapkamer beneden naast de huiskamer. Aan de kamerkant was er een kast, die eruit was geslagen. Martien en mijn vader hebben die open gemaakt en toen zagen ze dat opa er niet meer was. Later bleek dat hij door de inslag uit het bed was geslingerd en in de achtertuin terecht was gekomen. Zij hadden vroeger een kippenhok en daarbij stond een grote perenboom in hun achtertuin en daar was hij (zijn opa dus) gaan zitten. Hij had daar zo zielig en verward op de puinhopen gezeten dat het Rode Kruis hem had meegenomen. Voor hen was en bleef hun opa een week onvindbaar, totdat er bericht kwam dat hij in het noodziekenhuis lag in de 2e Walstraat. Dat was het vroegere Oud Burgergasthuis, waar destijds ook het politiebureau was gevestigd. Ook zijn opa bleek uiteindelijk ongedeerd na de inslag. Zij zijn op diezelfde dag via de Kerkstraat over de Neerbossche brug gelopen naar de boerderij van de ouders van zijn latere zwager, Martien van Groenen die in de Oude Zwanenstraat woonden.
Zij hebben toen het gezin van mijn vader opgevangen.

De volgende dag ging mijn vader terug naar het huis en waren er mensen van de luchtbescherming, die tegen hem zeiden dat hij weg moest gaan. Ze hielden hem tegen en hij mocht niet naar binnen. Mijn vader zei: "Ik ga hier niet weg. Ik heb hier altijd gewoond, dit is mijn huis, hier liggen mijn spullen. Jullie kunnen doen wat je wil, maar ik ga niet weg!" Hij hield voet bij stuk. Ze hadden niet in de gaten dat de voorgevel nog stond, maar erachter was er erg veel puin. Afijn, hij is toch naar binnen gegaan en heeft de nodige spullen van boven gehaald.

De gespaarde uitzet van de zus van mijn vader (Annie) is ook kapot gegaan tijdens de bominslag. Later heeft zijn zus van een ingekwartierde kapitein uit het leger, een witte parachute gekregen om er een bruidsjurk van te maken. Annie, mijn pé-tante dus, heeft van die  bruidsjurk later een doopjurk gemaakt voor haar 2 zonen. Ze heeft die later uitgeleend, maar is nooit meer teruggegeven en dus verdwenen. Mijn neef vindt dat op de dag van vandaag erg jammer omdat het toch een aandenken was.

De moeder van mijn vader, mijn oma, heeft er altijd voor gezorgd dat er voldoende dekens en kleren waren. Deze hebben ze onder het puin vandaan gehaald en in zogenoemde dekenkisten op de wagen gezet. Martien was met paard en wagen van zijn ouders naar het gezin van mijn vader gekomen om deze spullen op te halen.

Bij het doorzoeken van het huis heeft mijn vader het gouden horloge gevonden, dat zijn vader had gekregen toen hij 25 jaar bij de PGEM was. Dat lag altijd bovenop het kastje dat op de overloop stond in de zijmuur naar de buren.

Mijn vader had daar het puin op de grond weggeruimd en toen vond hij het horloge. De ketting die eraan vastzat was helaas niet meer te vinden. Mijn vader was erg blij en dit was voor hem een zeer dierbare herinnering.

Na het overlijden van mijn vader in april 2021, heb ik het horloge in bezit gekregen en bewaar ik het thuis onder een glazen stolp (zie foto).

De mensen in de Biezenstraat waren na een paar dagen weg, nadien heeft mijn vader hen nooit meer gezien want zij waren allen verhuisd. Na de eerste opvang bij de ouders van Martien gingen zij tijdelijk wonen bij oude kennissen uit de Ooij, die in de Jan van Galenstraat op nummer 15 woonden. Mijn vader is nooit meer teruggekeerd naar het Waterkwartier, maar is er nog vaak langs gefietst als hij met mijn moeder een tochtje gingen maken.

Dit is het verhaal van zoals mijn vader die als 15-jarige jongen heeft meegemaakt tijdens de bominslag in de 2e wereldoorlog in Nijmegen. Bedankt voor jullie aandacht.

René Engelen
Zoon van vader Jos en moeder Riet Engelen


Dit bericht delen:

Advertenties
Bol AlgemeenBol Algemeen